Terug naar overzicht

Leren van mevrouw de Heer

26 oktober 2016

Mijn lichaam is raar. Of, laten we zeggen, uniek. Ben er af en toe best blij mee hoor, maar soms zijn er vervelende uitslagen en de daarbij horende dipdagen. Van heupklachten, scheenbeenrariteiten, geen peil op te trekken hormoonhuishouding, schouderklachten tot rechterwijsvinger die ineens ophoudt met functioneren. Ik voel me als 36-jarige in een lichaam dat de 70 gepasseerd is. Niet alleen de verschillende uitslagen zijn vervelend. Ik heb de wondere wereld van de zorg sinds een paar jaar nu ook als patiënt mogen leren kennen. Kan er wel een boek over schrijven.

Vele kasten en muren, therapeuten en spuiten, miscommunicatie, verkeerde diagnoses en ‘nog geen diagnoses’ verder belandde ik gisteren in de wachtkamer van de plastisch chirurg voor mijn vinger. De dag nadat ik bij de controleafspraak bij de orthopeed te horen kreeg dat ik een frozen shoulder heb. Tja, dat gebeurt wel eens bij mensen na een schouderoperatie en dit zet het herstelproces dus stop. Ik vond drie tot negen maanden revalideren na de operatie al lang, maar ‘dat kan nog wel héél lang duren’ klonk me nog minder hoopvol in mijn oren (die het gelukkig nog wel doen).

Goed, de wachtkamer dus… Een mevrouw van ver in de 70 zocht contact. Of ik ook wist waar we straks moeten zijn en daarna vertelde ze me haar medische geschiedenis. Poeh, die heeft heel wat voor de kiezen gehad. Ze liet me de bijbehorende littekens en verkeerde standen van haar vingers zien. De manier waarop ze erover vertelde verwonderde me. Gewoon, het hoort bij het leven… Zo van: ‘laat gaan, accepteren’…
Een gitzwarte euthanasiepil zou vloeken bij haar levendige nachtkastje. En ik denk dat als zij het bericht: ‘de cursus omgaan met teleurstellingen gaat niet door’ hoort zal zeggen tegen meneer Finkers: ‘bedankt voor het bericht, dan hebben we tijd over, wat zullen we gaan doen?’

Ze werd geroepen door de arts die zoekend de wachtkamer in keek: ‘Mevrouw de Heer….’. Een grote glimlach om haar mond. ‘Leuke naam hé’ gniffelde ze. Ze liep naar de arts en zei tegen hem: ‘ik vind het altijd zo leuk klinken ‘Mevrouw de Heer’. Wat heerlijk. Bij elke artsbezoek heeft zij dus een vreugdemomentje.

De volgende patiënt was ik. De plastisch chirurg had geen idee wat er aan de hand kon zijn met mijn vinger. Op de foto’s was niets te zien, dus zouden we een MRI-scan moeten laten maken. ‘Maar’, zei hij, ‘je moet met je arm omhoog die scan in, gaat dat al na je operatie’? Ik vertelde hem van de bevroren schouder, hij keek mij aan en zijn mond en ogen zeiden: ‘dat kan dus nog héél lang duren…’ Whaaa, het liefst rende ik naar buiten om haar nog net niet de hoek om te zien gaan zodat ik kon roepen:

‘Mevrouw de Heer, mag ik bij u in de leer’?!